ECLI:NL:CRVB:2018:3529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op bijstand voor dak- en thuisloze volgens Participatiewet
Appellant heeft bij de gemeente Amsterdam een aanvraag bijstand ingediend op grond van de Participatiewet, waarbij hij verklaarde dakloos te zijn en meerdere verblijfplaatsen opgaf. De gemeente voerde een onderzoek uit naar zijn woon- en verblijfsituatie, waarbij bleek dat appellant voornamelijk op één locatie verbleef en persoonlijke spullen daar aanwezig waren.
Het college wees de aanvraag af wegens onvolledige en onduidelijke informatie over de verblijfplaatsen, waardoor niet kon worden vastgesteld dat appellant tot de bijzondere doelgroep van dak- en thuislozen behoorde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een zwervend bestaan leidde, mede gelet op het zevendagenformulier en de locatiebezoeken. De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt tot de bijzondere doelgroep van dak- en thuislozen te behoren.