ECLI:NL:CRVB:2018:3521
Centrale Raad van Beroep
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek beperking kennisneming stukken in ambtenarenzaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak over zijn plaatsing binnen een politieorganisatie, waarbij hij de ranking en plaatsing van politieambtenaren betwistte. De korpschef verzocht om beperking van kennisneming van een brief met namen en adressen van politieambtenaren, vanwege bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.
De Raad heeft overwogen dat op grond van artikel 8:29 Awb Pro een beperking van kennisneming alleen mogelijk is bij gewichtige redenen. De korpschef stelde dat het belang van privacy van betrokken ambtenaren zwaarder weegt dan het belang van appellant bij volledige inzage.
Na bestudering van de stukken concludeerde de Raad dat het belang van appellant bij het verdedigingsbeginsel zwaarder weegt dan het privacybelang van de ambtenaren. De Raad stelde tevens dat waar nodig namen en adressen in de uitspraak geanonimiseerd zullen worden.
De Raad besloot daarom dat de gevraagde beperking van kennisneming niet gerechtvaardigd is en dat de brief aan de korpschef wordt teruggezonden met de mogelijkheid deze opnieuw in te dienen. Hiermee wordt het recht van appellant op een eerlijk proces gewaarborgd.
Uitkomst: De gevraagde beperking van kennisneming van de brief is niet gerechtvaardigd en wordt afgewezen.