ECLI:NL:CRVB:2018:3456
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet betalen griffierecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om toepassing van artikel 8:81 Awb Pro met een verzoek om voorlopige voorziening. Hij vroeg tevens vrijstelling van betaling van het griffierecht op basis van een inkomensverklaring uit 2016. De Raad heeft om recente financiële gegevens gevraagd, maar verzoeker heeft deze niet verstrekt.
De griffier heeft het verzoek om vrijstelling van het griffierecht voorlopig afgewezen omdat de gevraagde recente inkomensspecificaties ontbraken. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het griffierecht uiterlijk vóór de zitting betaald moest zijn, waarbij verzoeker is gewezen op de gevolgen van niet-betaling.
Verzoeker heeft het griffierecht niet voldaan en het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter oordeelde dat de oude inkomensverklaring onvoldoende is om betalingsonmacht vast te stellen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht.