ECLI:NL:CRVB:2018:3400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
WIA-uitkering terecht geweigerd na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, een voormalig koerier, viel in april 2013 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde bij besluit van maart 2015 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen WIA-uitkering kreeg toegekend. Na bezwaar en beroep handhaafde het UWV dit besluit, gesteund door rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante juist waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Ook vond de rechtbank de arbeidskundige onderbouwing toereikend en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante dat haar beperkingen werden onderschat, met verwijzing naar medische informatie van diverse specialisten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De medische rapporten van het UWV waren zorgvuldig en hielden rekening met alle klachten. Nieuwe medische informatie gaf geen aanleiding tot een ander oordeel. Ook de arbeidskundige motivering was voldoende.
De Raad concludeerde dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat het UWV het recht had de WIA-uitkering te weigeren. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.