ECLI:NL:CRVB:2018:3390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor medische, kleding- en woonkosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, bijstandsgerechtigde en eigenaar van haar woning, vroeg bijzondere bijstand aan voor medische kosten, kleding, schoeisel en woonlasten. Het college wees dit af, onder meer omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) als voorliggende voorziening geldt voor medicatie en er geen bijzondere omstandigheden waren voor kleding en woonkosten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Zvw inderdaad een passende voorliggende voorziening is voor medicatiekosten, en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op bijzondere bijstand voor testosteronpreparaten. Voor kleding en schoeisel ontbraken objectieve gegevens die de noodzaak van meerkosten aantonen. Ook voor woonkosten was geen sprake van bijzondere omstandigheden, mede omdat appellante geen aantoonbare pogingen had gedaan om goedkopere woonruimte te vinden.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.