ECLI:NL:CRVB:2018:3284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aanschaf fiets wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de aanschaf van een fiets voor zijn echtgenote die mantelzorg verleent en boodschappen doet vanwege zijn herstel. Het college wees de aanvraag af omdat geen sprake was van noodzakelijke kosten voortvloeiend uit bijzondere omstandigheden en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet had kunnen reserveren voor deze kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat hij langdurige zorg nodig heeft, geen draagkracht heeft om te reserveren en wees op eerdere toekenningen van bijzondere bijstand voor stookkosten en griffierecht, evenals een individuele inkomenstoeslag.
De Raad oordeelde dat kosten voor een fiets als normale vervoerskosten gelden en in principe uit het inkomen op bijstandsniveau en draagkracht moeten worden voldaan. De Raad vond dat appellant onvoldoende had aangetoond dat bijzondere omstandigheden ontbraken en dat de eerdere toekenningen niet aantonen dat hij niet had kunnen reserveren. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor de aanschaf van een fiets wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.