Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellant verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep. De Raad had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Het verzet is behandeld op de zitting van 7 september 2018, waar partijen niet zijn verschenen. De Raad heeft ambtshalve onderzocht of het verzet ontvankelijk is. Het verzetschrift was gedateerd op 18 mei 2018, maar werd pas op 25 mei 2018 ontvangen, waardoor de termijn voor het indienen van het verzet was overschreden.
Appellant heeft geen verschoonbare redenen voor de termijnoverschrijding gegeven. Daarom is het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Het te laat betaalde griffierecht van €124,- wordt aan appellant terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzetschrift.