ECLI:NL:CRVB:2018:3278
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de beslissing van de Centrale Raad van Beroep die het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
De Raad overwoog dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat hij niet in verzuim was. Hoewel appellant stelde dat hij in mei 2017 had meegedeeld niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen wegens gebrek aan inkomen, was het hoger beroep toen nog niet aanhangig bij de Raad.
De Raad benadrukte dat appellant in de nieuwe procedure opnieuw vrijstelling van het griffierecht had moeten aanvragen, wat niet was gebeurd binnen de daarvoor geldende termijn. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier C.A.E. Bon, op 19 oktober 2018.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.