ECLI:NL:CRVB:2018:3276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening afgewezen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellant deed hiertegen verzet en stelde dat technische problemen bij het uploaden van bijlagen de vertraging veroorzaakten.
Tijdens de zitting op 7 september 2018 verscheen appellant, terwijl het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad overwoog dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden leiden tot het oordeel dat hij niet in verzuim was geweest.
De Raad benadrukte dat appellant op de laatste dag van de beroepstermijn een inleidend hogerberoepschrift had kunnen indienen om de termijn te waarborgen, terwijl de overige stukken later hadden kunnen worden aangeleverd. Gezien deze omstandigheden werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.