ECLI:NL:CRVB:2018:3276

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 oktober 2018
Publicatiedatum
23 oktober 2018
Zaaknummer
18/857 WW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening afgewezen

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellant deed hiertegen verzet en stelde dat technische problemen bij het uploaden van bijlagen de vertraging veroorzaakten.

Tijdens de zitting op 7 september 2018 verscheen appellant, terwijl het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad overwoog dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden leiden tot het oordeel dat hij niet in verzuim was geweest.

De Raad benadrukte dat appellant op de laatste dag van de beroepstermijn een inleidend hogerberoepschrift had kunnen indienen om de termijn te waarborgen, terwijl de overige stukken later hadden kunnen worden aangeleverd. Gezien deze omstandigheden werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 oktober 2018
18/587 WW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 december 2017, 16/10262 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 25 april 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 7 september 2018. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 25 april 2018 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 26 januari 2018. Appellant heeft bij de Raad digitaal hoger beroep ingediend op 27 januari 2018, om 2.28 uur. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
In verzet heeft appellant te kennen gegeven dat hij op 26 januari 2018 in de avond is gestart met het indienen van het hogerberoepschrift inclusief de relevante bijlagen. Door problemen met het uploaden van een aantal bijlagen is dit pas in de nacht van 26 op 27 januari 2018 rond 2.30 uur afgerond.
Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant had op 26 januari 2018 een inleidend hogerberoepschrift kunnen indienen om de beroepstermijn veilig te stellen. De gronden van het hoger beroep en de bijlagen had appellant in een later stadium digitaal of per post kunnen indienen.
Gelet op het voorgaande moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) C.A.E. Bon

IJ