ECLI:NL:CRVB:2018:3234
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid verzoek herziening griffierecht in WWB-zaken ongegrond verklaard
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van verzoekers tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun verzoek om herziening van een eerdere uitspraak, omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Verzoekers voerden aan dat het criterium voor betalingsonmacht onjuist werd toegepast en dat dit hun toegang tot de rechter schond zoals beschermd door artikel 6 EVRM Pro.
De Raad overwoog dat het gehanteerde criterium, waarbij vrijstelling van griffierecht wordt verleend indien het netto-inkomen minder is dan 90% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande en er geen vermogen is om het griffierecht te betalen, correct is toegepast. De gezinssamenstelling is hierbij niet relevant. Verzoekers ontvingen bijstand volgens de gehuwdennorm en konden daarom geen beroep doen op een lagere norm zoals de beslagvrije voet.
De Raad bevestigde dat de toegang tot de rechter gewaarborgd blijft en dat het niet betalen van griffierecht zonder geldige reden leidt tot niet-ontvankelijkheid. Het verzet werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.