ECLI:NL:CRVB:2018:3233
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid verzoek herziening griffierecht geweigerd
Verzoekers dienden een verzoek om herziening in bij de Centrale Raad van Beroep, dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze beslissing en voerden aan dat het gehanteerde criterium voor vrijstelling van griffierecht niet correct was toegepast en dat dit hun toegang tot de rechter schond zoals beschermd door artikel 6 EVRM Pro.
De Raad overwoog dat de criteria voor vrijstelling van griffierecht in bestuursrechtelijke zaken vereisen dat het netto maandinkomen minder is dan 90% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande en dat er geen vermogen is om het griffierecht te betalen. Verzoekers ontvingen echter bijstand volgens de gehuwdennorm en voldeden niet aan deze criteria.
De Raad verwierp het standpunt van verzoekers dat het criterium van de beslagvrije voet zou moeten gelden en bevestigde dat de eerder vastgestelde criteria correct zijn. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.