ECLI:NL:CRVB:2018:3231
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Verzoekers dienden een verzoek om herziening in bij de Centrale Raad van Beroep, dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Verzoekers voerden betalingsonmacht aan, maar voldeden niet aan de criteria voor vrijstelling van het griffierecht, zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie.
In het verzet stelden verzoekers dat het gehanteerde criterium niet correct was toegepast en dat dit hun recht op toegang tot de rechter, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, schond. Zij pleitten voor toepassing van het criterium van de beslagvrije voet in plaats van de gehanteerde norm van 90% van de bijstandsnorm voor alleenstaanden.
De Raad overwoog dat de gehanteerde criteria in lijn zijn met de uitspraak van 13 februari 2015 en dat verzoekers, die bijstand ontvingen naar de norm voor gehuwden, niet in aanmerking komen voor vrijstelling. Het beroep op betalingsonmacht werd dan ook terecht afgewezen en het verzet ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.