ECLI:NL:CRVB:2018:3209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van medische grondslag WIA-uitkering en afwijzing benoeming deskundige
Appellant, werkzaam als inside sales executive, meldde zich ziek in 2010 en ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 74%. Na melding van verslechtering van zijn gezondheid per 15 januari 2014, heeft het UWV het besluit gehandhaafd dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat was opgesteld zonder noodzaak voor extra beperkingen of toelichtingen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege lichamelijke en psychische klachten niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen en vroeg om benoeming van een externe deskundige. Hij overlegde medische informatie van het Leo Kannerhuis en het Instituut Hoogbegaafdheid bij Volwassenen ter onderbouwing van zijn standpunt.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was en dat de medische grondslag van het besluit standhoudt. De nieuwe medische informatie bracht onvoldoende twijfel aan de juistheid van de beperkingen op de datum in geding. De Raad wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af en bevestigde dat appellant in staat wordt geacht de geselecteerde functies te vervullen.
De uitspraak werd gedaan door D. Hardonk-Prins en bevestigd op 18 oktober 2018. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep van appellant af.