ECLI:NL:CRVB:2018:3142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid van 35-45%
Appellant, voormalig timmerman, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WGA-vervolguitkering ongewijzigd voort te zetten met een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Hij stelde dat zijn beperkingen waren toegenomen en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege onder meer trillingsbelasting en beperkingen in hoofdbewegingen.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij geen nieuwe objectieve medische gegevens had overgelegd die zijn standpunt ondersteunden. De Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel en stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de medische grondslag juist is vastgesteld.
De Raad oordeelt dat de geselecteerde functies passend zijn, mede omdat de arbeidsdeskundige en verzekeringsarts voldoende inzichtelijk en verifieerbaar hebben gemotiveerd waarom deze functies geschikt zijn. De beperkingen in zijwaarts draaien van het hoofd en trillingsbelasting zijn adequaat beoordeeld en vormen geen belemmering voor de werkzaamheden.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om vergoeding van schade wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De WGA-vervolguitkering wordt ongewijzigd voortgezet en het hoger beroep wordt afgewezen.