ECLI:NL:CRVB:2018:3138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was sinds 15 december 2009 arbeidsongeschikt en ontving aanvankelijk een WIA-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van 18 november 2014 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en meldde zich in januari 2015 toegenomen arbeidsongeschikt.
Het UWV handhaafde het besluit na nieuw medisch onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gezondheid was verslechterd door de ziekte van Bechterew en dat de beperkingen onvoldoende waren meegenomen. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de beperkingen juist waren beoordeeld en de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 19 januari 2015 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.