Uitspraak
16.7439 ANW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 500,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) nadat haar echtgenoot in Frankrijk was overleden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd en dus niet verzekerd was voor de ANW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de echtgenoot zijn duurzame band met Nederland had verloren. In hoger beroep stelde appellante dat haar echtgenoot ondanks zijn ziekte nog steeds een duurzame band met Nederland had en dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met bijzondere omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bepalingen van de ANW onjuist waren toegepast omdat de echtgenoot een grensoverschrijdende situatie betrof en de EU-verordeningen 883/2004 en 987/2009 van toepassing waren. Op grond van deze verordeningen was de wetgeving van de woonplaats van toepassing, waarbij woonplaats het gewone centrum van belangen betreft. Gezien de feiten, waaronder het langdurige verblijf in Frankrijk en het gezin dat daar woonde, had de echtgenoot vanaf 25 juni 2013 zijn woonplaats in Frankrijk. Daarom was hij niet verzekerd voor de ANW in Nederland.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden. Daarnaast werd appellante een schadevergoeding van €500 toegekend wegens een lichte overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure.
Uitkomst: De nabestaandenuitkering werd geweigerd omdat de echtgenoot zijn woonplaats in Frankrijk had en niet verzekerd was voor de ANW in Nederland.