Uitspraak
17.5232 AW
30 juni 2017, 17/1205 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij de gemeente Amsterdam, werd op 22 mei 2015 schriftelijk geschorst in het kader van een integriteitsonderzoek. Hij maakte pas op 12 oktober 2016 bezwaar tegen deze schorsing, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank had het bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring gegrond verklaard omdat het gespreksverslag van 22 mei 2015 geen rechtsmiddelverwijzing bevatte, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter anders. De Raad stelt dat de schriftelijke mededeling van de schorsing een besluit in de zin van de Awb is, ook zonder rechtsmiddelverwijzing. Betrokkene had binnen zes weken bezwaar moeten maken, wat hij niet deed. Hoewel het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing in principe tot verschoonbaarheid kan leiden, is in deze zaak vastgesteld dat betrokkene bewust geen bezwaar wilde maken en de gevolgen van de schorsing accepteerde.
De Raad concludeert dat de termijnoverschrijding niet het gevolg is van het ontbreken van de rechtsmiddelverwijzing en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het bezwaar gegrond verklaarde. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard vanwege niet verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen schorsing.