Uitspraak
BESLISSING
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,- door de griffier van
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellant stelde in verzet dat het griffierecht wel was voldaan.
De Raad heeft onderzocht of appellant binnen de gestelde termijn het griffierecht had betaald. Uit de administratie blijkt dat het griffierecht pas op 17 april 2018 werd bijgeschreven, ruim na de uiterste betaaldatum van 28 februari 2018. Appellant heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het verzuim kunnen rechtvaardigen.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het te laat betaalde griffierecht van €124,- wordt door de griffier aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald.