ECLI:NL:CRVB:2018:2946

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 september 2018
Publicatiedatum
26 september 2018
Zaaknummer
18-122 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep WAO-uitkering ongegrond verklaard

In deze zaak was appellant in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-uitkering. De Centrale Raad van Beroep had het hoger beroep echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald.

Appellant stelde in het verzet dat hij recht had op een WAO-uitkering, maar gaf geen verklaring voor het niet betalen van het griffierecht. De Raad constateerde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden rechtvaardigen dat hij niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Tevens was er geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd mondeling gedaan op 7 september 2018 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 september 2018
18/122 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 november 2017, 17/3756 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: C.A.E. Bon
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 20 april 2018 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
De Raad stelt vast dat appellant in verzet geen verklaring heeft gegeven voor het feit dat het griffierecht niet is betaald. Appellant heeft - slechts - te kennen gegeven dat hij meent recht te hebben op een WAO uitkering. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.A.E. Bon (getekend) H.C.P. Venema

DK