ECLI:NL:CRVB:2018:2945
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening en niet-betaling griffierecht
De appellant heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit verzet is niet tijdig ingediend. De termijn voor het indienen van het verzet eindigde op 11 april 2018, terwijl het verzetschrift pas op 16 april 2018 ter post werd bezorgd. Daarnaast is het griffierecht niet betaald, wat ook tot niet-ontvankelijkheid leidt.
Appellant voerde aan dat hij wegens ziekte en zijn verblijf in Marokko niet tijdig kon reageren. Dit is echter niet onderbouwd met feiten of omstandigheden die het verzuim rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep acht daarom het verzet niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 september 2018.
Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en niet-betaling van het griffierecht.