ECLI:NL:CRVB:2018:2944

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 september 2018
Publicatiedatum
26 september 2018
Zaaknummer
18-35 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellant stelde in verzet dat hij het griffierecht wel had voldaan, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen. De Raad heeft in haar financiële administratie geen betaling aangetroffen die door of namens appellant was gedaan.

Tijdens de zitting verscheen niemand namens appellant. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet ongegrond verklaard omdat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het verzuim van betaling rechtvaardigen. Er is geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet.

De uitspraak bevestigt dat het niet voldoen van het griffierecht een geldige grond is voor niet-ontvankelijkverklaring van hoger beroep en dat een verzet hiertegen alleen slaagt indien aannemelijk wordt gemaakt dat het griffierecht wel is betaald.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 september 2018
18/35 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 november 2017, 17/4591 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: C.A.E. Bon
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 20 april 2018 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellant te kennen gegeven dat hij het griffierecht naar de Raad heeft overgemaakt.
Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. In de financiële administratie van de Raad is geen door of namens appellant gedane betaling aangetroffen. Appellant heeft zijn stelling niet met bewijsstukken onderbouwd.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.A.E. Bon (getekend) H.C.P. Venema

DK