ECLI:NL:CRVB:2018:2919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij terugvordering bijstand
Verzoeker ontving bijstand tot september 2016 en het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft bij besluit van 30 maart 2017 de bijstand over de periode 2011-2016 herzien en een bedrag van €22.998,- teruggevorderd wegens recht op ouderdomspensioen. Het bezwaar van verzoeker tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het college op 1 augustus 2017. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij het bedrag niet kan voldoen en dat invordering van het bedrag zijn bestaansmiddelen zou aantasten. De voorzieningenrechter toetste of er sprake was van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang. Er was geen bewijs van acute financiële nood zoals dreigende huisuitzetting, afsluiting van energie of water, of het ontbreken van ziektekostenverzekering. Ook was niet gebleken dat het college al tot invordering was overgegaan.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker voldoende bescherming geniet via de regels rond de beslagvrije voet en dat er geen zwaarwegend belang was om de bodemprocedure niet af te wachten. Daarom ontbrak het aan onverwijlde spoed en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.