ECLI:NL:CRVB:2018:2896
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na beoordeling beperkingen medewerker postkamer
Appellant was werkzaam als medewerker postkamer en meldde zich op 2 februari 2016 ziek. Het UWV kende hem ziekengeld toe op grond van de Ziektewet. Op 17 mei 2016 werd appellant door een verzekeringsarts onderzocht, die hem per 24 mei 2016 geschikt achtte voor zijn laatst verrichte arbeid. Vervolgens stelde het UWV bij besluit van 17 mei 2016 vast dat appellant geen recht meer had op ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 15 augustus 2016 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde deze beslissing en oordeelde dat de medische gegevens voldoende waren om een afgewogen oordeel te geven over de beperkingen van appellant. Appellant bracht geen nieuwe medische informatie in die het oordeel van de verzekeringsartsen zou ondermijnen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar bracht wederom geen nieuwe gronden of medische informatie aan. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat ook aanvullend onderzoek op verzoek van de huisarts geen afwijkingen aan het licht bracht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.