ECLI:NL:CRVB:2018:2864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluiten over AIO-aanvulling en verrekening inkomsten door Sociale Verzekeringsbank
Appellant ontvangt sinds 26 juni 2014 een AOW-pensioen en heeft een aanvraag gedaan voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde de eerste aanvraag buiten behandeling, maar kende later een AIO-aanvulling toe met ingang van 30 december 2014. Na een eerdere uitspraak van de Raad die het besluit van 2 mei 2014 vernietigde, stelde de Svb een nabetaling vast over de periode 26 juni 2014 tot 29 december 2014, vermeerderd met wettelijke rente.
De Svb herzag later de AIO-aanvulling over diverse maanden in 2016 vanwege gewijzigde inkomsten van appellant en verzocht om bewijsstukken van inkomsten. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de Svb geen inkomsten in mindering mocht brengen op de AIO-aanvulling en dat hij recht had op een schadevergoeding van €15.000.
De Raad oordeelde dat op grond van de Participatiewet de AIO-aanvulling het verschil is tussen de bijstandsnorm en het inkomen, waarbij het AOW-pensioen en andere inkomsten in mindering mogen worden gebracht. De eerdere uitspraak verplichtte alleen tot betaling van wettelijke rente als schadevergoeding. De Svb had daarmee correct uitvoering gegeven aan de uitspraak. Het verzoek tot dwangsom en schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken en wijst het hoger beroep af.