ECLI:NL:CRVB:2018:2835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziening maximale periodebijdrage Wmo 2015 door CAK
Appellant ontving een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) waarvoor een bijdrage verschuldigd was. Het CAK stelde aanvankelijk de maximale periodebijdrage voor 2015 en 2016 vast op €19,40 per vier weken, maar herzag deze besluiten later naar hogere bedragen, waarbij ook het gezamenlijke inkomen van appellant en zijn partner werd betrokken.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herzieningen, stellende dat hij op grond van een telefoongesprek gerechtvaardigde verwachtingen had dat de bijdrage lager zou blijven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat de mededeling in het telefoongesprek betrekking had op de bijdrage van de partner en niet op appellant zelf. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door L.M. Tobé, in aanwezigheid van griffier H. Achtot.
Uitkomst: Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet en de herziening van de maximale periodebijdrage door het CAK wordt bevestigd.