Uitspraak
18.4478 AW-VV, 18/4479 AW-VV, 18/4480 AW-VV
[verzoekster] te [woonplaats 2] (verzoekster) en
[verzoeker 2] te [woonplaats 2] (verzoeker 2),
(tezamen verzoekers)
Centrale Raad van Beroep
Verzoekers, politieambtenaren werkzaam bij de hondengeleiding, hadden op grond van oude regelingen recht op een dienstauto voor het woon-werkverkeer met hun diensthond. Met ingang van 1 januari 2018 werd dit recht ingetrokken en moesten zij hun dienstauto's inleveren. Verzoekers stelden dat zij hun privéauto niet geschikt achten voor het woon-werkverkeer met de hond en vroegen om een voorlopige voorziening om hun dienstauto's voorlopig te mogen behouden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers geen spoedeisend belang hadden bij het behoud van de dienstauto's omdat zij het woon-werkverkeer kunnen uitvoeren met hun privéauto in combinatie met een aanhangwagen of transportkooi. De bezwaren van verzoekers tegen het gebruik van de privéauto werden niet voldoende onderbouwd geacht. Ook financiële bezwaren en parkeermogelijkheden waren niet aannemelijk gemaakt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het gebruik van de privéauto met de geboden voorzieningen een aanvaardbare oplossing vormt en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moet worden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekers geen spoedeisend belang hebben bij het behoud van de dienstauto's.