ECLI:NL:CRVB:2018:2571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand woonkostentoeslag wegens niet-nakoming verhuisplicht
Appellante, eigenaar en bewoner van een woning, had bij het college van burgemeester en wethouders van Almere bijzondere bijstand aangevraagd in de vorm van een woonkostentoeslag. Het college kende haar deze toeslag toe onder de voorwaarde dat zij haar woning zou verkopen en zou verhuizen naar een woning met recht op huurtoeslag. Appellante heeft deze verhuisplicht niet nageleefd.
Na een nieuwe aanvraag voor bijzondere bijstand wees het college deze af omdat appellante niet aan de verhuisplicht had voldaan en er geen bijzondere omstandigheden waren die bijstandsverlening rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad overwoog dat de aanvraag beoordeeld moest worden op de situatie tussen 28 januari 2016 en 11 februari 2016. Hoewel de woonkosten zich voordeden en noodzakelijk waren, ontbraken de bijzondere omstandigheden die de extra kosten rechtvaardigen. Het niet voldoen aan de verhuisplicht en het ontbreken van medische of andere bijzondere omstandigheden leidde tot de conclusie dat de woonkostentoeslag terecht was afgewezen.
De Raad wees ook het argument af dat de latere aanpassing van de hypotheekrente tot lagere lasten bijzondere omstandigheden vormde, omdat dit buiten de beoordelingsperiode viel. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag wordt bevestigd wegens niet-nakoming van de verhuisplicht en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.