ECLI:NL:CRVB:2018:2559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag persoonsondersteunend budget wegens overschrijding vermogensgrens zonder toepassing hardheidsclausule
Appellant, ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, vroeg een persoonsondersteunend budget (POB) aan op grond van de Participatiewet. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat appellant een auto bezit met een dagwaarde die de vermogensgrens overschrijdt.
Appellant voerde aan dat vanwege zijn psychische problematiek alleen met deze auto gereden kan worden en dat het niet toepassen van de hardheidsclausule onbillijk is. Een psychiater onderzocht appellant en bevestigde zijn situatie, maar appellant toonde geen financiële problemen aan.
De Raad oordeelde dat de wet geen ruimte biedt om de auto buiten beschouwing te laten bij het vermogen en dat de hardheidsclausule niet toepasselijk is zonder bewijs van onbillijkheden van overwegende aard. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag persoonsondersteunend budget wordt afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens zonder toepassing van de hardheidsclausule.