ECLI:NL:CRVB:2018:2491
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening Wubo- en Wuv-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1941, diende in november 2011 een samenloop-aanvraag in voor toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). De oorspronkelijke aanvragen werden in 2012 afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat appellant was getroffen door oorlogsgeweld of vervolging had ondergaan.
In mei 2017 verzocht appellant om herziening van deze afwijzingen. Verweerder wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of gegevens waren die een andere beslissing rechtvaardigden. Appellant verwees naar de moeilijke omstandigheden na aankomst in Nederland, maar deze omstandigheden vallen niet binnen de reikwijdte van de Wubo of Wuv.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de discretionaire bevoegdheid tot herziening terughoudend moet worden getoetst en dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of gegevens.