ECLI:NL:CRVB:2018:2484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant deed verzet tegen deze beslissing en gaf aan het griffierecht vergeten te zijn te voldoen vanwege een grote werklast.
Tijdens de zitting van 7 juni 2018 verscheen appellant, terwijl het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad overwoog dat het verzuim van appellant niet verschoonbaar was, aangezien hij geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het niet betalen konden rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet ongegrond en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd op 9 augustus 2018 in het openbaar uitgesproken door H.C.P. Venema.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.