ECLI:NL:CRVB:2018:2483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedroeg zes weken en liep af op 1 november 2017. Appellante diende het beroepschrift echter op 2 november 2017 in.
In het verzet gaf appellante aan te denken dat 2 november 2017 de laatste dag van de beroepstermijn was en dat het beroepschrift daarom tijdig was ingediend. Tevens stelde zij dat zij tot het einde van de termijn had gewacht om tot een oplossing met verschillende partijen te komen. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen grond vormen om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de wettelijke termijnen voor het indienen van beroepschriften in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.