ECLI:NL:CRVB:2018:2440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig kledingverkoper, meldde zich in juni 2014 ziek met psychische klachten en ontving toen een WW-uitkering. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling in mei 2015 werd vastgesteld dat appellant belastbaar was met beperkingen, en het UWV besloot in juni 2015 de ziekengelduitkering te beëindigen omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met passende functies.
Appellant maakte bezwaar met aanvullend psychologisch rapport, waarna een verzekeringsarts bezwaar en beroep meer beperkingen vaststelde en een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst opstelde. Het UWV handhaafde het besluit in april 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen waren onderschat en dat de functies zijn belastbaarheid overschreden. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat rekening was gehouden met de achteruitgang van zijn psychische toestand, en dat de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd dat de functies passend waren binnen zijn belastbaarheid.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellant geschikt is voor de functies waarop de verdiencapaciteit is gebaseerd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij geschikt is voor passende arbeid waarmee hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.