ECLI:NL:CRVB:2018:2406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor juridische kosten wegens te late aanvraag
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor juridische kosten, waaronder eigen bijdragen voor rechtsbijstand en griffierecht, maar haar aanvraag werd afgewezen omdat deze niet tijdig was ingediend volgens het beleidskader van het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep betoogde appellante dat zij niet op de hoogte was van de termijnoverschrijding en dat eerdere beleidsregels en mededelingen haar in de veronderstelling hadden gebracht dat haar aanvraag tijdig was. De Raad oordeelde echter dat onbekendheid met het beleid geen bijzondere omstandigheid is die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigt.
Verder stelde appellante dat het buitenwettelijk begunstigend beleid niet consistent werd toegepast, maar de Raad vond dat het dagelijks bestuur dit beleid juist consequent had toegepast. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door M. Hillen op 7 augustus 2018.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens te late indiening wordt bevestigd.