ECLI:NL:CRVB:2018:2046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-aanvraag wegens onvoldoende bewijs verzekerde tijdvakken
Appellant heeft in oktober 2014 een AOW-pensioen aangevraagd, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van verzekerde tijdvakken. Het bezwaar van appellant werd eveneens ongegrond verklaard door de rechtbank Amsterdam.
In hoger beroep stelt appellant dat hij tussen 1973 en 1975 in Nederland heeft gewoond en gewerkt, maar hij kon dit niet met bewijs onderbouwen. De Svb voerde uitgebreid onderzoek uit bij gemeenten en pensioenfondsen, maar vond geen registratie of bewijs van werk en verblijf van appellant in Nederland.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek van de Svb zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende gegevens heeft aangeleverd om zijn stellingen te ondersteunen. De Raad bevestigt daarom de afwijzing van de AOW-aanvraag. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de AOW-aanvraag wegens onvoldoende bewijs van verzekerde tijdvakken.