ECLI:NL:CRVB:2018:2007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand en terugvordering voorschot wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellante diende op 11 december 2015 een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet. Zij gaf aan een woning te huren en gehuwd te zijn, maar sinds 2010 niet meer samen te wonen met haar echtgenoot die in het buitenland verblijft. Het college verzocht om diverse bewijsstukken, waaronder bankafschriften, bewijs van onderhoud door de echtgenoot en huurbetalingen. Appellante kon deze niet overleggen en gaf aan dat haar echtgenoot haar contant geld gaf en dat de verhuurder geen bewijs wilde leveren van huurachterstanden.
Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende informatie over de financiële situatie, en vorderde de verstrekte voorschotten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante geen objectieve en verifieerbare gegevens had verstrekt over haar echtscheiding, onderhoudssituatie en woonlasten. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellante haar stellingen in hoger beroep niet heeft onderbouwd.
De Raad concludeert dat de afwijzing en terugvordering terecht zijn en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag en de terugvordering van voorschotten worden bevestigd wegens onvoldoende financiële duidelijkheid.