ECLI:NL:CRVB:2018:1934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens onvolledige gegevens
Appellant had sinds 1 november 2011 bijstand ontvangen, die werd beëindigd toen hij als zelfstandige ging werken. Na beëindiging van zijn zelfstandige werkzaamheden in 2012, heeft appellant zich in 2015 opnieuw gemeld voor bijstand. Bij de aanvraag werd gevraagd om aanvullende gegevens, waarvan slechts een deel werd overgelegd. Het dagelijks bestuur stelde de aanvraag buiten behandeling omdat niet alle gevraagde stukken binnen de gestelde termijn waren aangeleverd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de gevraagde gegevens niet noodzakelijk waren voor de beoordeling en dat de fase van onvolledige aanvraag was gepasseerd. De Raad oordeelde dat de financiële situatie essentieel is voor de beoordeling en dat het dagelijks bestuur nog bezig was met het verzamelen van relevante gegevens. Het bestuur had daarom terecht de aanvraag buiten behandeling gesteld.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over de gevraagde gegevens kon beschikken en dat het verzoek om aanvullende stukken duidelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.