ECLI:NL:CRVB:2018:1821
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens niet-verwerkte griffierechtbetaling door bankstoring en medische omstandigheden
De zaak betreft een verzet tegen een eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht. Appellante had haar gemachtigde op 9 augustus 2017 geïnformeerd dat zij het griffierecht had overgemaakt, maar de betaling bleek mogelijk niet verwerkt door een storing bij de ABN AMRO bank.
Appellante overlegde een rapport over bankstoringen en medische informatie waaruit blijkt dat zij door PTSS in de betreffende periode niet in staat was om te controleren of de betaling daadwerkelijk was afgeschreven. De korpschef betwistte de stellingen, maar de Raad oordeelde dat appellante niet kan worden verweten dat het griffierecht niet is voldaan.
De Raad verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en vervolgde de procedure. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema op 14 juni 2018.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd.