ECLI:NL:CRVB:2018:1778

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 juni 2018
Publicatiedatum
18 juni 2018
Zaaknummer
17/6303 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. In het verzet tegen deze beslissing voerde appellante aan dat zij de post vaak later ontvangt, waardoor zij niet tijdig kon betalen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellante geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die haar verzuim rechtvaardigen. Haar stelling werd niet ondersteund door bewijsstukken en in de financiële administratie van de Raad is geen betaling door of namens haar aangetroffen.

Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierechten in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 juni 2018
17/6303 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2017, 16/6557
(aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: N.L. Kuipers
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 18 januari 2018 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat zij het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn heeft betaald aangezien zij de post dikwijls later ontvangt.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Appellante heeft haar stelling niet met bewijsstukken onderbouwd. Overigens is in de financiële administratie van de Raad geen door of namens appellante gedane betaling aangetroffen.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

IJ