Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €124,- niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Appellant stelde in verzet dat hij door gezondheidsproblemen niet in staat was het griffierecht te betalen en dat het heffen van het griffierecht zijn toegang tot de rechter belemmerde, met een beroep op artikel 6 EVRM Pro en artikel 48 Handvest Pro van de grondrechten van de EU.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. De gezondheidsproblemen waren niet met bewijsstukken onderbouwd en appellant had zich niet binnen de betalingstermijn op betalingsonmacht beroepen.
Het betoog dat het griffierecht de toegang tot de rechter belemmerde, slaagde niet omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in onmacht verkeerde om tijdig te betalen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan appellant en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt terugbetaald.