ECLI:NL:CRVB:2018:1715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onjuiste opgave arbeidsuren
Appellant ontvangt sinds 1998 bijstand en heeft bij aanvang opgegeven maandelijks 28 uren te werken in het bedrijf van zijn broer. Na een melding en onderzoek door de gemeente Amsterdam bleek dat appellant meer uren werkte dan opgegeven. Appellant kon dit niet met administratie onderbouwen, waardoor het college de bijstand introk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij 40 uren per maand werkte en dat hij vanwege taalproblemen en stress de verklaringen niet goed begreep. De Raad oordeelde dat de verklaring van appellant, afgelegd onder gebruik van een telefonische tolk en ondertekend, betrouwbaar is. Appellant heeft zijn inlichtingenverplichting geschonden door niet te melden dat hij meer uren werkte.
Omdat appellant geen objectief bewijs leverde over de omvang van zijn werkzaamheden, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep faalt en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens onjuiste opgave van arbeidsuren wordt bevestigd.