ECLI:NL:CRVB:2018:1613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid zonder urenbeperking
Appellante, voormalig shopmanager, ontving een WIA-uitkering die door het UWV werd beëindigd op grond van een herbeoordeling waarbij werd vastgesteld dat zij geschikt is voor gangbare arbeid zonder urenbeperking. De rechtbank had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, waarbij het medische onderzoek en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) als zorgvuldig en juist werden beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een urenbeperking noodzakelijk was vanwege ernstige vermoeidheid en een vitamine B12-tekort, ondersteund door een rapport van een medisch adviseur en arbeidsdeskundige rapporten. Het UWV weerlegde dit met eigen medische en arbeidskundige rapporten.
De Raad concludeerde dat er geen overtuigende medische onderbouwing was voor een urenbeperking op de datum van het besluit. De FML werd als juist beoordeeld en de geselecteerde voorbeeldfuncties waren passend, mede omdat in deze functies voldoende mogelijkheden tot vertreden zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering omdat appellante geschikt is voor passende arbeid zonder urenbeperking.