ECLI:NL:CRVB:2018:1575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA- en Ziekengelduitkeringen na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, met rug- en cardiologische klachten, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige rapporten vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Ook werd het recht op ziekengeld en ZW-uitkering afgewezen na zorgvuldige medische beoordelingen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig en volledig waren en dat appellant geschikt was voor de geduide functies. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, mede gezien de latere toekenning van een IVA-uitkering.
De Raad oordeelde dat de medische toestand per datum in geding verschilde van die bij de IVA-toekenning en dat de eerdere beoordelingen juist en zorgvuldig waren. De Raad bevestigde de uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-, ziekengeld- en ZW-uitkeringen wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.