ECLI:NL:CRVB:2018:1527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, ziek gemeld sinds februari 2010 met psychische en lichamelijke klachten, ontving aanvankelijk een WIA-uitkering vanwege volledige arbeidsongeschiktheid. Na een heronderzoek in 2014 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor de WGA-uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar het UWV handhaafde het besluit op basis van aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat zij in staat was de geselecteerde functies te vervullen. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat haar beperkingen werden onderschat, maar bracht geen overtuigend medisch bewijs aan ter ondersteuning.
De Raad toetste het beroep op het arrest Korošec en concludeerde dat het UWV voldoende zorgvuldig had gehandeld, dat appellante geen belemmeringen had ondervonden in haar procespositie (equality of arms) en dat het medisch oordeel goed gemotiveerd en onderbouwd was. De Raad zag geen aanleiding voor inschakeling van een onafhankelijke deskundige en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-uitkering van appellante terecht is beëindigd.