ECLI:NL:CRVB:2018:1506

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 mei 2018
Publicatiedatum
22 mei 2018
Zaaknummer
17-5619 TW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde in verzet dat hij het griffierecht niet kon voldoen en dat hij geen correspondentie had ontvangen. De Raad oordeelde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden aantonen dat hij niet in verzuim was.

De Raad wees erop dat het beroep op betalingsonmacht eerder was afgewezen omdat appellant geen financiële gegevens had overgelegd. Brieven van de Raad waren niet retour ontvangen, wat erop wijst dat ze zijn aangekomen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak bevestigt dat tijdige betaling van griffierecht essentieel is voor ontvankelijkheid van hoger beroep en dat onvoldoende bewijs van betalingsonmacht leidt tot verwerping van verzet.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 mei 2018
17/5619 TW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 juni 2017, 16/6921 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Denemarken (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: N.L. Kuipers
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 17 januari 2018 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de in de - aangetekend verzonden - brief van 9 november 2017 gestelde termijn is betaald.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij meermalen heeft aangegeven dat hij het griffierecht niet kan voldoen en dat hij meerdere malen geen correspondentie heeft ontvangen.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Voorafgaand aan de uitspraak van 17 januari 2018 is het door appellant gedane beroep op betalingsonmacht voor de betaling van het griffierecht afgewezen, omdat appellant geen gegevens heeft overgelegd omtrent zijn financiële situatie. De brief van 2 oktober 2017, waarbij appellant om informatie is verzocht, alsmede de aangetekend verzonden brief van
9 november 2017 zijn bij de Raad niet retour ontvangen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

LO