ECLI:NL:CRVB:2018:1279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Raad voor de Rechtspraak heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €126,-, met duidelijke termijnen en waarschuwingen dat niet-betaling leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Appellante heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar heeft niet voldaan aan de door de Raad gestelde voorwaarden om dit te onderbouwen. De Raad heeft dit beroep afgewezen en appellante meerdere herinneringen gestuurd om het griffierecht alsnog te voldoen.
Omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen is betaald en appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in verzuim was, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.