ECLI:NL:CRVB:2018:1278
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar de Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Appellant heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad overweegt dat het griffierecht niet tijdig was betaald binnen de termijn van vier weken na de aangetekende brief, waardoor appellant in verzuim was. Gezien de bijzondere omstandigheden is appellant alsnog in de gelegenheid gesteld het griffierecht te voldoen, wat ook tijdig is gebeurd.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet gegrond, vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd voor het verzet.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat betaald griffierecht is gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.