ECLI:NL:CRVB:2018:1212
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening in sociale zekerheidszaak ongegrond verklaard
De zaak betreft een verzet tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 augustus 2017, waarbij het verzoek om herziening van een eerdere uitspraak niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald en er geen recente machtiging van de gemachtigde was overgelegd.
Verzoekster voerde in verzet aan dat in een andere procedure haar beroep op betalingsonmacht was toegewezen en dat de overgelegde machtiging geldig was. Tevens stelde zij dat zij voor de oorspronkelijke zaak wel griffierecht had betaald en dat het probleem dat zij aanvoerde niet adequaat was behandeld.
De Raad oordeelde dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die haar verzuim konden opheffen. Het feit dat zij in een andere procedure was vrijgesteld van griffierecht betekent niet dat zij niet aan haar informatieplicht hoefde te voldoen. Bovendien is het volgens de Awb verplicht griffierecht te betalen bij een verzoek om herziening en mag de Raad een recente machtiging verlangen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheid van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.