ECLI:NL:CRVB:2018:1193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij niet tijdig beslissen Participatiewet
Appellant diende op 25 april 2015 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland. Het college besloot niet tijdig op deze aanvraag, waarop appellant een ingebrekestelling en beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het college uitging van een latere aanvraagdatum, waardoor de beslistermijn nog niet was verstreken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de aanvraag op 25 april 2015 geldig was ingediend en dat het college daarom onrechtmatig had gehandeld. Het college kende bij besluit van 21 oktober 2016 een dwangsom toe en vergoedde griffierechten, waarmee het erkende niet tijdig te hebben beslist.
De Raad overwoog dat appellant geen procesbelang meer heeft bij voortzetting van het hoger beroep, omdat het beoogde resultaat reeds is bereikt door de dwangsom en erkenning van onrechtmatigheid. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.