Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
zover de hoogte van de boete is vastgesteld op € 375,-;
plaats treedt van het besluit van 16 december 2015;
van € 2.004,-;
van € 214,- vergoedt;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, ontvanger van een bijstandsuitkering, is in maart 2015 in loondienst getreden en meldde dit aan de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Rotterdam. Door technische problemen met het e-mailbestand werden de loongegevens niet tijdig ontvangen. Appellant leverde een deel van de loonstroken later persoonlijk in, maar niet alle benodigde gegevens.
Het college herzag de bijstand en legde een terugvordering op, gevolgd door een boete van 50% van het benadelingsbedrag wegens schending van de inlichtingenplicht. Na bezwaar werd de boete gehalveerd tot 25% en afgerond op €375,-. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant niet tijdig aan zijn inlichtingenplicht voldeed, maar wel pogingen deed en daardoor sprake is van verminderde verwijtbaarheid. De boete is echter onjuist afgerond; het nieuwe beleid vereist een boete van €373,30. De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het de boete betreft, stelt de boete vast op €373,30 en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €373,30 en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.