ECLI:NL:CRVB:2018:116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding
Appellant diende op 24 februari 2016 een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat appellant een gezamenlijke huishouding voert met een andere persoon, [X]. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde dat er onvoldoende sprake was van wederzijdse zorg, een vereiste voor gezamenlijke huishouding.
De Raad stelde vast dat appellant en [X] weliswaar samenwoonden, maar dat de kernvraag was of er sprake was van wederzijdse zorg. Uit verklaringen van appellant bleek dat zij samen het huishouden deden, gezamenlijk kookten, en zorgden voor elkaars woonruimte. Hoewel er weinig financiële verstrengeling was, kan wederzijdse zorg ook uit andere feiten blijken.
De Raad concludeerde dat de wederzijdse zorg voldoende was aangetoond en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.